CAO BEROEPSGOEDERENVERVOER OVER DE WEG 2011 PDF

, 25 in ,5 in , 11 in , 10 in en 26 in . niveau van de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de. Comparative study on the legal aspects of the posting of workers in the Februar ist der EuGH dem Standpunkt desGeneralanwaltes in 31 Article 2 of the CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de. Beroepsvervoer over de Weg. (Industry-wide Road Haulage Pension Fund. Foundation). Page 2. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Vervoer achieved a test value of ( ) for the early retirement pension, the CAO (collective labour agreement) .

Author: Golticage Bakazahn
Country: Botswana
Language: English (Spanish)
Genre: Relationship
Published (Last): 4 September 2018
Pages: 49
PDF File Size: 5.52 Mb
ePub File Size: 16.48 Mb
ISBN: 623-8-83199-300-5
Downloads: 42920
Price: Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader: Mitaxe

Legal Study PWD

Tenslotte wijst het hof erop dat in artikel 2 lid 4 onder d. Wanneer aldus op de rechtsverhouding tussen [Transport] NL en haar Poolse chauffeurs Nederlands recht van toepassing is, dan ligt daarin weer besloten dat ook de algemeen verbindend berofpsgoederenvervoer CAO, als behorende tot de Nederlandse rechtsregels, in beginsel op deze arbeidsverhoudingen van toepassing is.

Dat wordt aanvaard dat op een dergelijke overeenkomst de aanknopingsregel van artikel 6, lid 2, sub a, moet worden toegepast, zou erop neerkomen dat de bepaling van lid 2, sub b, wordt uitgehold, die juist doelt op het geval waarin de werknemer niet gewoonlijk zijn arbeid in een en hetzelfde land verricht. In zoverre slaagt grief 3. Het hof merkt daarbij nog wel het volgende op.

FNV heeft immers een ander en breder belang bij de naleving van een CAO dan een bepaalde individuele werknemer. De kantonrechter overweegt dat beroepsgodeerenvervoer niet het geval is nu het hier een buitenlandse uitzendonderneming betreft die — gelet op de identiteit van de bestuurder — niet anders dan op de hoogte moet zijn van de wsg te lande geldende regelgeving.

FNV verbindt daaraan een beroepsgoederenvefvoer van [appellante] om zich na het vonnis ervan te vergewissen dat de hier bedoelde chauffeurs overeenkomstig die bepalingen door [Transport PL] worden beloond. Het hof verwerpt dat verweer. De tussenconclusie luidt dan aldus dat beroepsgoederenvevoer de rechtsverhouding tussen [Transport PL] en de hier bedoelde chauffeurs ingevolge de WAGA en ebroepsgoederenvervoer 2 lid 6 AAV, naast de in artikel 1 van de WAGA genoemde bepalingen uit het BW ook die uit de betreffende cao van toepassing zijn, die zien op de in dat zesde lid van artikel 2 AVV genoemde onderwerpen, een en ander voor zover deze bepalingen meer bescherming bieden dan die uit de arbeidsovereenkomsten en het daarbij horende Poolse recht van de betreffende Poolse chauffeurs.

  ALEISTER CROWLEY ABSINTHE THE GREEN GODDESS PDF

ECLI:NL:GHSHECA, voorheen LJN CA, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, HD

De kantonrechter verwierp het verweer dat de verkeerde rechtspersoon was gedagvaard, omdat de vordering van FNV immers is gebaseerd op een onrechtmatig handelen van [appellante] jegens FNV, en niet op grond van een handelen in strijd met een – overigens niet beroepsgoedernevervoer – overeenkomst tussen [appellante] en de betreffende Poolse chauffeurs. Hier te lande hebben zij veelal hun standplaats te [vestigingsplaats]. De Poolse werknemers krijgen hier hun instructies en staan hier onder gezag van [Transport] NL.

De kernbepaling van artikel 1 van de WAGA kent aeg vergelijking met de Detacheringsrichtlijn een tweetal begrippen, die ruimer zijn dan hetgeen in voornoemde 20011 is aangegeven, hetgeen door deze richtlijn ten gunste van de bescherming van werknemers wordt toegestaan zie considerans nr.

De kantonrechter heeft de primaire vorderingen van FNV toegewezen met uitzondering van de door FNV geclaimde schadevergoeding.

Tenslotte is onjuist dat de algemeen verbindend verklaarde CAO-bepalingen jegens eenieder kan worden gehandhaafd, zoals werkgevers in het uitzendwezen en slechts onder bijzondere omstandigheden jegens buitenlandse werkgevers. De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord is of, nu het hier een geval betreft waarin een Pools uitzendbureau werknemers als chauffeur met een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar voor die periode ter beschikking stelt aan [appellante], dan niet veeleer de Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid WAGA van toepassing is op een dergelijke situatie.

De ritten beginnen meestal in Polen en eindigen veelal in een West-Europees land. Door FNV is geen incidenteel beroep ingesteld tegen de afwijzing van de vordering tot vergoeding van schade, zodat deze vordering verder buiten de beoordeling van het hof blijft.

Uitspraken

Het Hof van Justitie van de Europese Unie overwoog onder meer het volgende. Dat zij daar een enkele keer verblijven is onvoldoende om aan te nemen dat Nederland kan worden beschouwd als de plaats van waaruit de werkzaamheden gewoonlijk worden verricht. Waar er sprake is van gebondenheid aan een aantal van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit de betreffende CAO voor het Beroepsgoederenvervoer kan deze gebondenheid slechts gelden voor de periode s van algemeen verbindend verklaring.

De kantonrechter dient vervolgens de vraag te beantwoorden of dit een onrechtmatige daad jegens FNV oplevert. Een volgende vraag ziet dan op de kwestie of in dit concrete geval – en te beoordelen in beroepsgoederenvedvoer kader van de door FNV aan [appellante] verweten onrechtmatige gedragingen – niettemin en ondanks de beroepsgoeverenvervoer rechtskeuze voor Pools recht enige bepalingen van Nederlands recht van toepassing zijn op de rechtsverhouding tussen de betreffende Poolse chauffeurs en hun werkgever [Transport PL].

In zoverre kan het vonnis waarvan beroep weeg dat punt niet in stand blijven. Gezien het bepaalde in artikel 6 leden 1 en 2 EVO zijn daarom de dwingendrechtelijke Nederlandse bepalingen ook niet van toepassing. Voor [appellante] geldt dit te meer nu er in de relatie tussen [appellante] en [Transport PL] sprake is van een intra concern uitlening van personeel en [Transport PL] een volledig van [appellante] afhankelijke vennootschap is.

  CATALOGO PROJOB PDF

Wat daar verder van zij, op grond van de thans voorliggende stellingen van FNV handelt [appellante] onrechtmatig jegens FNV, zodat niet dadelijk begrijpelijk is waarom FNV niet veeleer een verbod op dit handelen door [appellante] nastreeft.

Legal Study PWD

Daaraan doet niet af dat in artikel 9 van de betreffende CAO staat bepaald dat bij de inleen van uitzendkrachten slechts gebruik kan worden gemaakt van uitzendbureaus die gecertificeerd zijn zoals betoogd in grief 7. Artikel 8 van deze verordening bepaalt immers beroepsgoederevnervoer voor zover het op een individuele arbeidsovereenkomst toepasselijke recht niet door de partijen is gekozen, de overeenkomst wordt beheerst door het recht van het land waar of, bij gebreke daarvan, van waaruit de werknemer wegg uitvoering van de overeenkomst gewoonlijk zijn arbeid verricht.

Volg ons twitter facebook linkedin youtube.

Voorts is de verkeerde rechtspersoon gedagvaard, nu er slechts een juridische relatie bestaat tussen de Poolse chauffeurs en [Transport PL].

Ook in [vestigingsplaats] is de staking uitgebroken, die alleen met [Transport] NL en niet met enige Pools bedrijf is uitgevochten. De rest van het beroepen vonnis kan in stand blijven zij beroepsgoedsrenvervoer met verbetering van gronden. Het gaat in deze zaak om het volgende.

Voor zover de kantonrechter zich de vraag heeft gesteld of op de rechtsverhouding tussen de betreffende Poolse chauffeurs en [appellante] bepalingen van Nederlands recht van toepassing zijn, is die vraag in het licht van het debat tussen partijen niet aan de orde. Veelal waren de chauffeurs van huis in de meeste gevallen ook niet in Polen gedurende drie van de vier weken.

BROverig Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie Toepasselijkheid van Nederlands recht op de arbeidsverhouding tussen Poolse chauffeurs en een Pools uitzendbureau. Veronderstellenderwijs aannemend dat in de inleenconstructie tussen [appellante] enerzijds en [Transport PL] anderzijds geen wijzigingen zijn aangebracht, betekent dit dat in ieder geval in beginsel ook voor die periode s een verklaring voor recht zou kunnen worden afgegeven als door FNV verzocht.